Een onrustige jaarwisseling 2025-2026
De overgang van 2025 naar 2026 verliep op veel plekken opnieuw onrustig. In heel Nederland rukten hulpdiensten uit voor branden, ongelukken en geweldsincidenten. Het geweld tegen hulpverleners en politie was wederom hevig. Op diverse locaties werden brandweerlieden gehinderd in hun werk en bekogeld met vuurwerk of andere voorwerpen. Voorzitter Nine Kooiman van de Nederlandse Politiebond sprak van “ongekend veel geweld” tegen politie en hulpverleners deze nacht. In Breda werden zelfs molotovcocktails en stoeptegels naar agenten gegooid. De mobiele eenheid moest op tal van plaatsen assisteren om de orde te herstellen en er werden rond de 250 arrestaties verricht. Kortom, hulpverleners hadden een uiterst hectische oud en nieuw waarbij sommigen zelfs letsel opliepen door geweld of vuurwerk.
Historisch perspectief: geweld rond oud en nieuw is niet nieuw
Geweld en agressie tegen uniformberoepen tijdens oud en nieuw is helaas geen nieuw fenomeen. Al decennialang worden politie, brandweer en ambulancepersoneel rond de jaarwisseling geconfronteerd met relschoppers. Het probleem geldt als een grote maatschappelijke schande. Toch blijkt het moeilijk uit te bannen, mede omdat een klein deel van de feestvierders met dit wangedrag de traditie voor de rest “verpest”, terwijl velen vuurwerk afsteken en drinken zien als verworvenheden. Historici wijzen erop dat Nederlands nieuwjaarsgeweld “van alle tijden” is – zo trad de politie in 1939 al fors op tijdens oud en nieuw. In het modernere tijdperk heeft elke jaarwisseling weer zijn incidenten. Na de jaarwisseling 2007/2008 veroordeelde premier Jan-Peter Balkenende bijvoorbeeld fel het geweld tegen hulpverleners. In 2019 uitte premier Mark Rutte zijn frustratie door te stellen dat hij de relschoppers “het liefst allemaal persoonlijk in elkaar zou slaan”. Hoewel die uitspraak omstreden was, liet het de onmacht en woede zien over dit terugkerende probleem. Iedere jaarwisseling laait het debat weer op: vrijwel iedereen is het erover eens dat dit geweld onacceptabel is, maar er is geen eensgezindheid over de oplossing.
Cijfers: toename van geweldsincidenten tegen uniformberoepen
Uit politiecijfers en rapportages van justitie blijkt dat het aantal geweldsincidenten tegen hulpverleners en andere geüniformeerde professionals rond de jaarwisseling al jaren stijgt, maar dat de jaarwisseling 2025–2026 een duidelijke en zorgwekkende trendbreuk vormt.
Tijdens de jaarwisseling 2024–2025 werden in totaal 295 politiemedewerkers en 49 andere hulpverleners (waaronder brandweer- en ambulancepersoneel) slachtoffer van fysiek en/of verbaal geweld. Dat betekende een toename van respectievelijk 55 procent en 113 procent ten opzichte van het gemiddelde van de vier voorafgaande jaarwisselingen. Ter vergelijking: tijdens de jaarwisseling 2023–2024 kregen circa 218 politieagenten met fysiek geweld te maken. Gaan we verder terug, dan valt op hoe sterk het geweld is toegenomen: rond de jaarwisseling 2016–2017 werden ‘slechts’ ongeveer 50 politieagenten en een klein aantal andere hulpverleners slachtoffer van agressie.
Ook het totaal aantal incidenten nam de afgelopen jaren toe. Tijdens oud en nieuw 2024–2025 registreerde de politie 8.292 incidenten, tegenover 7.437 een jaar eerder. Het zwaartepunt van deze incidenten ligt structureel rond middernacht; vooral tussen 01.00 en 02.00 uur pieken de meldingen. Brandweer Nederland noteerde in dezelfde periode 4.286 brandmeldingen, eveneens een stijging ten opzichte van het jaar daarvoor. De politie sprak opnieuw van “een nacht vol geweld en vernieling”.
Jaarwisseling 2025–2026: een duidelijke escalatie
Waar de cijfers tot en met 2024–2025 al een zorgwekkende trend lieten zien, laat de jaarwisseling 2025–2026 een duidelijke escalatie zien in zowel omvang als karakter van het geweld. In een brief aan de Tweede Kamer spreekt demissionair minister van Justitie en Veiligheid Foort van Oosten van ‘excessief geweld’ en een trendbreuk.
Tijdens deze jaarwisseling werden in totaal 528 hulpverleners slachtoffer van fysiek of verbaal geweld. Het ging om:
- 406 politieagenten, een stijging van 71 procent ten opzichte van het gemiddelde van de afgelopen drie jaar;
- 122 andere publieke dienstverleners, waaronder boa’s, brandweer-, ambulance- en zorgpersoneel. In deze groep is sprake van een stijging van maar liefst 281 procent.
Daarmee wordt zichtbaar dat het geweld zich niet langer uitsluitend richt op de politie, maar steeds vaker alle uniformberoepen en hulpverleners treft die actief zijn in de openbare ruimte.
Meer verdachten, zwaardere strafzaken
Ook in de strafrechtelijke afhandeling is de trendbreuk zichtbaar. Tot en met 5 januari 2026 zijn 171 verdachten aangeleverd bij het Openbaar Ministerie voor jaarwisseling-gerelateerde delicten. Dat is een stijging van 42,5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Opvallend is dat dit een breuk vormt met eerdere jaren, waarin het aantal aangeleverde verdachten juist daalde.
Daarnaast werden 63 strafzaken ingesteld voor geweld tegen personen met een publieke functie, tegenover 36 zaken tijdens de jaarwisseling 2024–2025. Bij geweld tegen hulpverleners geldt een stevige strafverzwaring: naast de reguliere beoordeling kan de straf tijdens de jaarwisseling oplopen tot een verzwaringsfactor van 275 procent, vanwege het verhoogde risico en de maatschappelijke impact.
Geweld wordt georganiseerder en onvoorspelbaarder
Volgens betrokken autoriteiten krijgt het geweld tegen hulpverleners een steeds gewelddadiger en onvoorspelbaarder karakter, wat het voor handhavers moeilijker maakt om situaties te beheersen. Korpschef Janny Knol sprak haar grote boosheid uit over het vuurwerkgeweld en gaf aan dat er in meerdere gevallen aanwijzingen zijn voor opzettelijk en gezamenlijk handelen.
Hulpverleners en politie zouden doelbewust zijn gelokt via meldingen van branden of incidenten, om vervolgens te worden bekogeld met zwaar (vaak illegaal) vuurwerk. Daders maakten zich daarbij soms onherkenbaar met bivakmutsen. Volgens de politie wijst dit op georganiseerd crimineel gedrag, waarbij sprake is van hinderlagen en doelgerichte aanvallen op hulpdiensten.
Zoals door autoriteiten wordt benadrukt:
“Elk incident met geweld en agressie tegen politie, brandweer, boa’s, ambulancepersoneel en andere hulpverleners is er één te veel en volstrekt onaanvaardbaar.”
Hoewel de agressie rond oud en nieuw het meest zichtbaar is, past zij in een breder patroon van geweld tegen werknemers met een publieke taak. Het programma Veilige Publieke Taak (VPT) rekent hier ook handhavers, zorgpersoneel en andere publieke dienstverleners toe. In dit artikel ligt de focus bewust op de acute hulpdiensten rond de jaarwisseling, omdat juist daar de risico’s, impact en maatschappelijke gevolgen het scherpst zichtbaar worden.
Oorzaken en verklaringen: waarom escaleert het telkens?
Welke factoren liggen ten grondslag aan dit geweld? Deskundigen noemen een mix van culturele, sociale en psychologische factoren. Ten eerste is de jaarwisseling een uniek evenement: het is het grootste jaarlijkse openbare feest in Nederland, waarbij traditioneel bijna iedereen op straat feestviert en consumenten op grote schaal vuurwerk afsteken. In de chaos van deze nacht – met harde knallen, veel drank en een gevoel van vrijheid – lijken normale regels even minder te gelden. Deze situatie creëert een gevaarlijke cocktail: er gebeuren jaarlijks duizenden vuurwerk gerelateerde incidenten (letsel, brand, schade) en de openbare orde wordt flink op de proef gesteld. Hulpverleners staan paraat om dit in goede banen te leiden, maar een kleine minderheid van feestvierders grijpt de chaos aan om de autoriteiten uit te dagen.
Uit analyses blijkt dat illegaal en zwaar vuurwerk door sommige relschoppers bewust als wapen wordt ingezet om hulpdiensten te belagen. Vaak dekken zij hun gezicht af met bivakmutsen of sjaals, wat duidt op een bepaalde mate van voorbereiding en anonimiteit in de massa. De motieven van deze geweldplegers zijn complex. Een belangrijke drijfveer lijkt de psychologische kick te zijn die sommigen krijgen van het provoceren van autoriteiten. Deze personen ervaren spanning en sensatie wanneer zij de confrontatie met politie of brandweer opzoeken. Dat effect wordt bovendien sterk versterkt door alcohol- en drugsgebruik, die rond oud en nieuw in hoge mate voorkomen. Onder invloed vervagen remmingen en neemt de kans op agressief gedrag aanzienlijk toe.
Daarnaast spelen ook situationele en sociale factoren een rol. Sociale media kunnen bijvoorbeeld meehelpen om relgedrag te organiseren of uit te lokken – beelden van chaos verspreiden zich snel en werken soms als een aanmoediging. Ook groepsgedrag is van invloed: in een grote menigte kunnen individuele raddraaiers anderen meeslepen, waarbij een sfeer van “anoniem” vandalisme ontstaat (het zogeheten deïndividuatie-effect). Lokale besluiten kunnen eveneens een trigger zijn. Zo ontstonden dit jaar in Amsterdam rellen in de wijk Floradorp nadat de burgemeester daar het jaarlijkse vreugdevuur had verboden; uit onvrede staken relschoppers brand en bekogelden zij de politie met vuurwerk. Dit voorbeeld laat zien dat frustratie en verzet tegen autoriteit – in dit geval het gevoel dat “de gemeente onze traditie afpakt” – kunnen omslaan in gerichte agressie tegen de gezagsdragers ter plekke.
Ondanks allerlei theorievorming is er nog geen eenduidig profiel van de nieuwjaarsrelschopper. Emeritus hoogleraar Jan Derksen wijst erop dat we opvallend weinig écht inzicht in het gedrag van deze geweldplegers hebben. In de discussie worden allerlei oorzaken genoemd – van “criminele jongeren” tot “ontregelde hersenen” door middelengebruik – maar Derksen stelt dat dit vooral laat zien dat we het gedrag nog onvoldoende begrijpen. Hij pleit voor diepgaand onderzoek naar de persoonlijkheidskenmerken en omgeving van gearresteerde relschoppers. Door klinisch psychologen, sociaalpsychologen en andere experts samen de achtergrond van deze groep te laten onderzoeken, hopen wetenschappers meer te weten te komen over factoren als gebrekkige impulscontrole, empathietekort, eventuele psychopathische trekjes of groepsdynamiek die bijdragen aan dit extreme gedrag. Dergelijke inzichten kunnen op termijn helpen gerichte preventie en interventies te ontwikkelen, zodat we niet elk jaar dezelfde discussie hoeven te herhalen.
Gevolgen voor de hulpverleners
De impact van deze agressie is groot. In de eerste plaats zijn er natuurlijk fysieke verwondingen en materiële schade: ieder jaar raken agenten, brandweerlieden en ambulancemedewerkers gewond door klappen, stenen of vuurwerkbommen. Politievoertuigen en ambulances worden beschadigd of vernield. Minder zichtbaar maar minstens zo ernstig zijn de psychologische gevolgen voor hulpverleners die met geweld worden geconfronteerd. Onderzoek laat zien dat slachtoffers van agressie in de hulpverlening aanzienlijk zwaardere mentale nasleep kunnen ervaren dan collega’s die dit niet hebben meegemaakt. In een Spaanse studie bij ambulancepersoneel werden bijvoorbeeld angstgevoelens, emotionele uitputting en depersonalisatie (afstand voelen tot jezelf of de patiënt) vaker gezien bij hulpverleners die fysiek of verbaal waren aangevallen. Regelmatige blootstelling aan verbale agressie (meer dan vijf incidenten) vergrootte de kans op burn-out aanzienlijk, terwijl fysiek geweld vooral geassocieerd was met langdurige angstklachten. Ook in Nederland herkennen hulpverleners deze effecten: ze voelen zich onveilig, gefrustreerd en soms moedeloos dat het ieder jaar weer raak is. “Elk jaar weer noemen we geweld tegen hulpverleners onacceptabel… Maar het geweld houdt niet op,” verzuchtte politie-korpschef Janny Knol na de vorige jaarwisseling. Veel hulpverleners zijn het zat om als “menselijk schild” te dienen terwijl ze er juist zijn om anderen te helpen.
Deze voortdurende dreiging kan leiden tot uitval (bijvoorbeeld door ziekmeldingen na traumatische incidenten) en beïnvloedt mogelijk ook de wervings- en behoudcijfers bij politie, brandweer, ambulance, maar ook andere uniformberoepen. Niemand wil immers oud en nieuw vieren in de wetenschap dat collega’s intussen belaagd worden op straat. Hulpdiensten benadrukken daarom het belang van goede nazorg en ondersteuning na geweldsincidenten. Collega’s vangen elkaar op en er zijn vertrouwenspersonen of psychologen beschikbaar om te praten over gebeurtenissen. Toch heerst er binnen sommige uniformberoepen van oudsher een cultuur van “niet zeuren, tegen een stootje kunnen”, wat kan maken dat niet iedereen over het incident praat of aangifte doet. Het donkere cijfer (niet-gemelde gevallen) is daardoor reëel – er gebeuren meer agressie-incidenten dan de statistieken tonen. Steeds meer organisaties sporen hun mensen aan om alles te melden, want alleen zo wordt de volle omvang zichtbaar en kan er gericht iets aan gedaan worden.
Aanpak en vooruitblik: hoe komen we tot verandering?
De harde realiteit is dat we als maatschappij voor een stevige opgave staan om dit probleem aan te pakken. Alle betrokken partijen – overheid, hulpdiensten en burgers – zullen samen stappen moeten zetten. Hieronder een overzicht van maatregelen en voorstellen die in de discussie naar voren komen:
- Zwaardere straffen en snelrecht: Politie en justitie hanteren een zero-tolerance beleid voor geweld tegen hulpverleners. Voormalig Minister Yeşilgöz (Justitie & Veiligheid) benadrukte dat er hard strafrechtelijk wordt opgetreden en dat bij vervolging alles op alles wordt gezet, met zwaardere straffen specifiek voor geweld tegen degenen die onze veiligheid bewaken. Zo kent Nederland al langer een strafverzwaringsregel voor geweld tegen publieke functionarissen. Ook wordt rond oud en nieuw vaak snelrecht toegepast, zodat daders binnen enkele dagen berecht kunnen worden. Er zijn oproepen gedaan om het gooien van vuurwerk naar personen te beschouwen als poging tot doodslag, wat laat zien hoe ernstig men dit neemt. Strenger straffen alleen is echter niet genoeg als niet ook de pakkans hoog is en de sociale norm omslaat.
- Beperken van vuurwerk en alcohol: Veel deskundigen en hulpverleners pleiten voor verdergaande beperkingen op consumentenvuurwerk. Per 2020 is in Nederland de verkoop van knalvuurwerk en pijlen al verboden, en sommige gemeenten hebben inmiddels volledige lokale vuurwerkverboden ingesteld. Toch blijft er veel illegaal zwaar vuurwerk in omloop. Korpschef Knol gaf aan dat een algeheel vuurwerkverbod de jaarwisseling “ontegenzeggelijk veiliger” zou maken, omdat handhaving dan eenvoudiger is en er minder explosieven op straat zouden zijn. Ook een beperking van alcoholverkoop rond oud en nieuw (bijvoorbeeld eerdere sluitingstijden of geen verkoop na een bepaald uur) zou kunnen helpen, aangezien dronkenschap een bewezen factor is in veel geweldsincidenten. Zulke maatregelen stuiten echter op weerstand vanwege de feesttradities en vereisen een omslag in denken bij het publiek.
- Preventie en buurtgerichte aanpak: Verschillende steden investeren in preventieve maatregelen om rellen te voorkomen. Zo worden in de aanloop naar oud en nieuw jongerenwerkers, buurtvaders en bemiddelaars ingezet om met potentiële troublemakers in gesprek te gaan. In risicowijken sluit men brandbare objecten (afvalcontainers) tijdig af om brandstichting te bemoeilijken. De politie zoekt vooraf contact met bekende veelplegers of geëscaleerde groepen om escalatie te voorkomen. Deze lokale initiatieven zijn waardevol en moeten verder worden uitgebouwd. Ook na de jaarwisseling is nazorg in wijken belangrijk: samen met bewoners evalueren wat er misging en hoe het volgend jaar beter kan, vergroot het draagvlak voor orde en veiligheid.
- Bescherming en training voor hulpverleners: De uniformberoepen zelf treffen steeds meer maatregelen om hun personeel weerbaarder en veiliger te maken. Ten eerste is er aandacht voor uitrusting: agenten kregen recentelijk nieuwe gehoorbescherming, omdat veel collega’s gehoorschade opliepen door harde knallen. Ook worden voertuigen verstevigd en krijgen brandweerlieden soms politie-escorte bij gevaarlijke meldingen. Ten tweede is training cruciaal. Hulpverleners worden getraind in de-escalerende communicatie, leren risico’s inschatten en zijn voorbereid om bij het minste teken van onraad zichzelf in veiligheid te brengen of assistentie op te roepen. Tijdens de jaarwisseling opereren politie, brandweer en ambulance bovendien zoveel mogelijk in teams en met directe lijnen naar elkaar (gemeenschappelijke meldkamers), zodat er bij een incident razendsnel opgeschaald kan worden. Deze gecoördineerde aanpak heeft bijvoorbeeld in 2025-2026 ondanks de vele incidenten erger weten te voorkomen.
- Cultuurverandering en maatschappelijke verantwoordelijkheid: Uiteindelijk zal er een cultuuromslag nodig zijn waarin we als samenleving duidelijk maken: dit gedrag wordt niet getolereerd. Dat begint bij opvoeding en voorbeeldgedrag. Ouders, scholen en gemeenschap moeten jongeren bijbrengen dat hulpverleners respect verdienen en geen schietschijf zijn. Voormalig Minister Yeşilgöz onderstreepte dat ook ouders, buren en vrienden een rol hebben – we moeten elkaar aanspreken op wangedrag voordat het escaleert. De politie roept het publiek op om actief op te staan tegen dit geweld en incidenten altijd te melden. Positieve initiatieven, zoals bewoners die oudjaarsavond gezamenlijk wijkvieren onder begeleiding van vrijwilligers en met afspraken over veiligheid, kunnen de norm van een vreedzame viering versterken. Media-aandacht voor de heldenrol van hulpverleners – en voor de gevolgen die daders boven het hoofd hangen – draagt bij aan bewustwording.
Vooruitblikkend: De jaarwisseling zal altijd een drukke nacht blijven voor onze hulpdiensten, maar het doel is om de extreme excessen terug te dringen. Dit vergt consistente inspanningen op bovengenoemde fronten. Ieder procent minder agressie is winst. Uiteindelijk moeten we “niet normaal maken wat niet normaal is”. Geweld tegen hulpverleners mag nooit gaan voelen als een vast onderdeel van het feest. Door samen te werken aan strengere handhaving, betere preventie en een andere mindset in de samenleving, kunnen we hopelijk voorkomen dat hulpverleners elke jaarwisseling weer vrezen het doelwit te worden. Zij zijn er om ons te helpen – laten we er als maatschappij voor zorgen dat zíj ook veilig hun werk kunnen doen.
Tot slot: respect is geen gunst, maar een fundament
Mensen in uniform zijn niet zozeer een symbool van gezag, maar vooral van dienstbaarheid. Zij staan op wanneer anderen slapen, rennen naar gevaar, terwijl anderen vluchten en dragen verantwoordelijkheid op momenten dat de samenleving onder druk staat. Geweld en agressie tegen hen raken daarom niet alleen de professional, maar het fundament van onze collectieve veiligheid.
Een veilige samenleving vraagt om meer dan handhaving alleen. Het vraagt om maatschappelijke verantwoordelijkheid, om leiderschap en om professionals die zich gesteund weten — door beleid, door collega’s en door de samenleving waarvoor zij zich inzetten.
Respect voor uniformberoepen is geen luxe.
Het is geen uitzondering.
Het is de norm.
En die norm moeten we samen blijven uitdragen — elke dag en zeker rond de jaarwisseling.

